Het technische verschil
Een accu slaat gelijkstroom (DC) op, maar het stroomnet levert wisselstroom (AC). Ergens moet die AC dus naar DC worden omgezet. De vraag is alleen: waar gebeurt dat?
Bij AC-laden zit de omvormer in het voertuig. De laadpaal levert wisselstroom en de auto zet die zelf om. Dat is eenvoudiger en goedkoper, maar het omvormvermogen in de auto is beperkt: dus laden gaat langzamer.
Bij DC-laden (snelladen) zit de omvormer in de laadpaal. Die levert direct gelijkstroom aan de accu, waardoor er veel meer vermogen tegelijk kan. Snelladen dus, maar met zwaardere en duurdere apparatuur.
Wanneer AC en wanneer DC?
AC-laden past bij situaties waar voertuigen langer stilstaan: thuis 's nachts, of een wagenpark dat overdag geparkeerd staat. Je hebt de tijd, dus je hebt geen groot vermogen nodig.
DC-snelladen past waar het snel moet: onderweg, of een operatie waar voertuigen kort stoppen en meteen weer weg moeten. Je koopt snelheid, maar betaalt in vermogen en investering.
Netimpact: de aansluiting is de bottleneck
DC-snelladen vraagt veel vermogen op korte momenten: precies wat je aansluiting begrenst. Zonder sturing kan één DC-lader je piek al flink opdrijven.
Met laadsturing en waar nodig een batterij als buffer past DC-laden vaak alsnog binnen je bestaande aansluiting, zonder dure verzwaring. De kunst is het laadvermogen te kiezen dat bij je ritme past: niet het zwaarste in de folder.

